Geschiedenis

Wie het Openluchttheater in Hertme noemt, kan niet om pastoor Veeger heen! Op de eerste zondag van april 1952 doet Johannes Ignatius Veeger zijn intrede als pastoor van de St. Stephanusparochie in Hertme. Een man op leeftijd (60 jaar), die na 17 jaar pastoor te zijn geweest in het Gelderse Lobith, een kleine en rustige parochie zocht en deze dacht te vinden in het Twentse Hertme.

Pastoor VeegerWie echter denkt dat hiermee een rustige tijd aanbreekt in Hertme, vergist zich. Veegers liefde voor het toneel brengt hem ertoe om in de zomer van 1953 Jozef in Dothan op te voeren op het heideveld aan de Wetering. Honderd toneelamateurs en dertig ruiters te paard maken de opvoering tot een doorslaand succes. Een journalist schrijft jaren later in een artikel over de historie van het Openluchttheater: 'En weg was de rust. Voorgoed. Duizenden Twentenaren kwamen in de zomer van 1953 luisteren naar de jammerklachten van Jozef in de put, naar de lyrische wanhoop van Ruben en ze waren zo geboeid, dat ze amper merkten dat het hoge, ijle getimmerte, dat hun zitplaats bood, met gevaar bezet was'. Een jaar later wordt onder leiding van burgemeester Lambooy van Hengelo en pastoor Veeger het comité Eerste Stichting Twentse Openluchtspelen, kortweg ESTO, in het leven geroepen. Als plek voor het theater staat Veeger een deel van 'zijn bos' af. En vele vrijwilligers uit Hertme bouwen dagen, weken, maanden aan de totstandkoming van het theater.

Namen die niet vergeten mogen worden zijn de toenmalige Hengelose VVV-directeur Dick Wilmink en regisseur Joop Bieckmann. Honderd kubieke meter Bentheimer zandsteen, beschikbaar gesteld door particulieren en bedrijven uit heel het oosten, bezorgen het theater zijn decor. Het wordt in 1955 gebouwd. En acht jaar later, naar een ontwerp van de befaamde architect Jan Jans, wordt de overkapping gerealiseerd. Het zijn de jaren van de Passiespelen. Met zo'n 300 medewerkers(sters) en met pater Genesius O.F.M. Cap. als de Christusfiguur. Bussen vol met Duitsers komen kijken als de Passiespelen in het Duits worden opgevoerd in een vertaling van Jan Naaykens. Het kan niet anders zijn dat promotorpastoor Johan Veeger zich intens gelukkig voelt. Negen jaar lang wordt het lijden van Christus uitgebeeld in Hertme. De vele kleding die de acteurs en actrices nodig hebben, krijgt pastoor Veeger van de textielmagnaten die hij kent. Opvoeringen van De 'paradijsvloek' en 'Midzomernachtdroom' zorgen ervoor dat Hertme landelijke bekendheid geniet.

Een ieder in Hertme werkt mee. Ook de huishoudsters van pastoor Veeger, Maria en Mien, helpen tijdens de voorstellingen veelvuldig mee in de kantine. Naarmate de Passiespelen vaker worden opgevoerd, neemt de publieke belangstelling echter af. Aan de pastoor ligt het niet; hij weet met zijn geestdrift de mensen te bezielen tot hoge prestaties. Maar als het publiek wegblijft, is een theater op sterven na dood. Gelukkig beschikt Bentheimer zandsteen over de eigenschap dat het jarenlang in weer en wind kan standhouden. En, dankzij de inzet van een groep mensen, die eenzelfde geestdrift aan de dag proberen te leggen als pastoor Veeger, begint het theater - terecht - weer te leven. Vanaf de jaren '70 worden er opera's, operettes en kindervoorstellingen gegeven in het openluchttheater en de muziekvereniging uit Hertme, St. Gregorius, organiseert er muziekfestivals. In de jaren tachtig wordt er een nieuwe koers ingezet met het theater en wordt voor 't eerst het Afrika festival georganiseerd. Dit festival wordt ook nu nog jaarlijks georganiseerd.